
Het onroerend erfgoed omvat alles wat te maken heeft met archeologie, monumenten en landschappen (later aangevuld met varend erfgoed) en een kleinere bevoegdheid, namelijk heraldiek. Dit domein valt onder de bevoegdheid van een eigen minister.
Het roerend cultureel erfgoed (musea, beeldende kunsten, erfgoedcellen, archieven...) valt onder de bevoegdheid van de minister van cultuur. Later werd hier ook het immateriële erfgoed (verhalen, volkscultuur, tradities, gebruiken…) aan toegevoegd.